Blessures

In elke sport komen blessures voor. Sportblessures zijn grofweg in drie categorieën in te delen. Blessures ontstaan door een trauma, acuut letsel (spierscheur) of door een overbelasting. In de wedstrijdzwemsport heb je vooral te maken met overbelastingsblessures. Deze worden ook wel surmenage-letsels genoemd in de literatuur. De schouderblessure komt het meest voor in de zwemsport, maar ook knieën, rug en elleboog zijn gewrichten die gevoelig zijn voor overbelasting. De zogeheten “zwemmersschouder” wordt getypeerd door pijn in de schouder die ontstaat tijdens of na het zwemmen. Soms gaat het gepaard met klachten in het Algemeen Dagelijks Leven (ADL) en een gevoel van krachtsgebrek of controleverlies van de schouder bij bewegingen. De zwemmer kan een veranderd “watergevoel” hebben aan de zijde met schouderklachten.

De diagnoses, ontstaansmechanismen en behandelmethodieken bij de “zwemmersschouder” zijn te vergelijken met schouderblessures in andere bovenhandse sporten. Voorbeelden van vergelijkbare sporten zijn tennis, volleybal, handbal, honkbal, speerwerpen, enzovoort. Ik zal hieronder wat meer vertellen over de mogelijke schouderblessures in het zwemmen.

Om een fysiotherapeutische diagnose te kunnen stellen is het mijns inziens noodzakelijk om het klachtenbeeld zo uitgebreid mogelijk te analyseren en onderzoeken. Indien er geen sprake is van een traumatische letsel van de schouder (luxatie, val op de schouder, ongeluk enz.) maar juist van een overbelastingsverhaal, moet je rekening houden met drie ontstaansmechanismen bij de “zwemmersschouder”. De impingement, instabiliteit en musculaire dysbalans. Ik zal deze één voor één kort bespreken.

Klik hier om verder te lezen

 

 

 
 

© Copyright 2005, Corebody